Grande Champagne
Grande Champagne is de eerste cru en wordt daarom soms ook premier cru genoemd. Het is tevens de op één na kleinste cru. De stad Cognac ligt in deze cru, maar Ségonzac wordt als het centrum van deze cru beschouwd, ook al is Segonzac vele malen kleiner dan Cognac.
De bodem van de Grande Champagne dateert van het Krijt-tijdperk, meer precies het Campanien. De naam Champagne (Grande en Petite Champagne) is hiervan afgeleid. 

De bodem is zeer kalk- en krijtrijk en is om deze reden vanuit kwalitatief oogpunt met meest geschikt voor de druiven waar cognac van gemaakt wordt. De kleur van de bodem is vaak grijsachtig. De cognac uit deze cru rijpt zeer langzaam en heeft vele jaren nodig voordat zijn bouquet volledig tot ontwikkeling is gekomen. Hij kan wel 50 jaar op hout liggen en wint daarbij nog elk jaar aan kwaliteit en finesse. Maar daarna moet hij wel in flessen worden overgedaan, omdat anders de kwaliteit terugloopt. Hiervoor worden zeer grote flessen gebruikt, bonne-bonnes of dame-jeanne’s genoemd.
De eerste jaren is deze cognac heel scherp van smaak. Vandaar dat deze cognac niet geschikt is om jong te drinken.
De cognac staat bekend om zijn florale karakter.
De beste wijngaarden van Grande Champage liggen in het gebied Ségonzac, Juillac-le-Coq, Ambleville, Lignières, Malaville en Bouteville.

Petite Champagne
De tweede cru is Petite Champagne. Deze cru is ongeveer twee keer zo groot als de Grande Champagne en kent drie belangrijke centra: Archiac, Jonzac en Barbezieux. Jonzac ligt helemaal in het zuiden van deze cru, maar is toch economische gezien het centrum. De grond is iets vaster en minder kalkrijk. Hij is wat lichter van kleur dan de bodem van de Grande Champagne. Al is de kwaliteit van de Petite Champagne iets minder dan de Grande Champagne, hij is toch nog steeds zeer goed. De cognacs komen wat sneller tot rijping en de smaak is wat fruitiger.
Binnen de Petite Champagne area liggen twee gebieden met een kwaliteit die vergelijkbaar is aan die van de Grande Champagne, namelijk rond Archiac en Arthenac en rond Barbézieux.

Borderies
De kleinste cru is de Borderies. Hier heeft de bodem in de loop der tijden veel van zijn kalk verloren. Het is rijk aan vuursteen en klei. Hij is bruinig van kleur. De cognacs uit deze streek komen sneller tot rijping maar kunnen wel zeer oud worden. Ze wordt veel gebruikt door de grote cognachuizen bij de samenstelling van hun blends en draagt dan bij aan een ‘rondere’ smaak.
Op zichzelf staat deze cognac bekend om zijn aroma dat naar viooltjes geurt.

Fins Bois
De Fins Bois is de grootste cru en deze ligt in een grote cirkel rond de eerste drie genoemde cru’s. Daarnaast is er nog een kleine enclave van Fins Bois in het Zuidwesten aan de Gironde.
De bodem die meer klei bevat kent binnen deze cru toch nogal wat variatie; sommige gronden zijn meer zandig, andere bevatten meer kalk. De kleur is vaak roodachtig. De cognac van de Fins Bois komt veel sneller tot ontwikkeling. Dit is de reden waarom deze cognac vaak veel beter smaakt dan een jonge cognac van de Grande of Petite Champagne.
Wanneer de grond bezaaid is met stenen wordt hij in de fins bois regio ook wel groie of terre-de-groie genoemd.

Drie fins bois-gebieden zijn een aparte vermelding waard. In het Zuidoosten rond Blanzac is de grond veel kalkrijker en hier wordt een kwaliteit geproduceerd die de vergelijking met een Petite Champagne zeer wel kan doorstaan. De streek ten Noorden van Grande Champagne, die globaal begrensd wordt door Boutiers-St.-Trojan is het Westen, Sigogne in het Noorden en Moulidars in het Oosten, levert ook een kwalitatief zeer goede cognac. Als derde de streek die aan de Gironde grenst ten westen van Mirambeau. Dit is een fins bois enclave binnen het bons bois gebied en algemeen wordt erkend dat deze grond niet onderdoet voor die van de petite champagne. Sommigen gaan zelfs zo ver om te zeggen dat hij vergelijkbaar is met grande champagne.

Bons Bois
Als een cirkel rond de Fins Bois ligt de Bons Bois. Het is hier vochtiger en de grond is harder. De cognacs die hiervandaan komen missen finesse. Ze zijn wat meer boers van smaak.
Het gebiedje ten Zuiden van de Fins Bois tussen La Tâtre en Montguyon vormt een smalle corridor waar de bodem kwalitatief veel beter is.

Bois Ordinaires
Termen die vroeger ook werden gebruikt zijn Bois Communs en Bois à Terroir. Het grootste deel van de Bois Ordinaires ligt in het Westen en grenst aan de oceaan. Het gebied heeft een zeeklimaat en de gronden zijn vochtig. Ook de eilanden Ile d’Oléron en Ile de Ré behoren hiertoe.
Een klein stukje in het Zuidoosten behoort ook tot de Bois Ordinaires.
Cognac speelt hier in economisch opzicht een duidelijk mindere rol. Dat is al te zien aan het landschappelijke karakter, omdat er veel minder wijngaard is aangeplant.
De smaak van deze cognacs is ook beduidend minder en doet soms denken aan zee, algen en jodium. De cognac kan niet goed ouderen.


Reacties

karakteristieken per cru — Geen reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *