Hieronder staan foto’s van de drie belangrijkste variëteiten die voor cognac worden gebruikt.

Ugni_blanc_B__feuille_Ugni_blanc_B__grappe_

 

 

 

 
Blad en druiven van de Ugni Blanc.
Als ze jong zijn hebben ze gele bladeren en in de zomer zijn ze groot en oneffen van kleur. De bladeren hebben drie of vijf lobben. De sinus waar het blad aan de steel zit is licht open en heeft vaak overlappende lobben die middelmatig lang getand zijn.
Iets dikker laagje met platliggende haartjes aan onderkant van het blad.
Lange trossen, ronde druiven die roze verkleuren als ze ouder worden. De druiven zijn relatief klein en bevatten veel sap.

Folle_Blanche_B__feuille_Folle_Blanche_B__grappe_

 

 

 

 

 

 

Blad en druiven van de Folle Blanche.
Bloeit al vroeg is daardoor gevoelig voor nachtvorst. Bekend om zijn hoge opbrengst.
Heeft in volwassen vorm vijf lobben, diepe laterale sinussen, de centrale sinus is gesloten of heel licht open, kort getand in spitsboogstijl.
Middelgrote druiven.

Colombard_B__feuille_Colombard_grappe

 

 

 

 
Blad en druiven van de Colombard.
Het blad heeft drie grote lobben met kleine tanden en een open sinus, waar het blad aan de steel zit. Dun laagje opstaande haartjes aan de onderkant.
Middelgrote druif, ietwat cilindrisch van vorm, met saprijke pulp.
Vanwege het vroege uitlopen van de plant is hij gevoelig voor vorst in het voorjaar.